<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Echtscheiding | Pension Architects</title>
	<atom:link href="https://www.pensionarchitects.be/tag/echtscheiding/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.pensionarchitects.be</link>
	<description>Een klare kijk op aanvullende pensioenen</description>
	<lastBuildDate>Tue, 28 Nov 2023 10:03:22 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9</generator>
	<item>
		<title>Groepsverzekering en huwelijksvermogensstelsel</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2011/09/groepsverzekering-en-huwelijksvermogensstelsel/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 20 Sep 2011 05:54:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=1923</guid>

					<description><![CDATA[<p>Artikel 127 en 128 van de Landverzekeringswet bepalen dat de aanspraken, ontleend aan de verzekering die een in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoot ten behoeve van de andere of van zichzelf heeft bedongen, een eigen goed is van de begunstigde echtgenoot. Er is geen vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, tenzij de premiebetalingen kennelijk de [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/09/groepsverzekering-en-huwelijksvermogensstelsel/">Groepsverzekering en huwelijksvermogensstelsel</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Artikel 127 en 128 van de Landverzekeringswet bepalen dat de aanspraken, ontleend aan de verzekering die een in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoot ten behoeve van de andere of van zichzelf heeft bedongen, een eigen goed is van de begunstigde echtgenoot. Er is geen vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, tenzij de premiebetalingen kennelijk de mogelijkheden van dit vermogen te boven gaan.</p>
<p>Bij arrest nr. 54/99 van 26 mei 1999 heeft het Grondwettelijk Hof reeds gesteld dat deze artikelen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden. In deze zaak ging het om een met gemeenschap van goederen gehuwd koppel, waarbij één van de echtgenoten een levensverzekering was aangegaan om de goede afloop van de terugbetaling van gemeenschappelijke leningen te waarborgen en, na de terugbetaling, om een kapitaal op te leveren voor de verzekeringsnemer als hij een overeengekomen leeftijd bereikt. Overeenkomstig artikelen 127 en 128 van de landverzekeringsovereenkomst moet dit kapitaal beschouwd worden als een eigen goed en is er geen aanleiding tot vergoeding, tenzij de premiebetalingen kennelijk de mogelijkheden van de gemeenschap te boven gaan. In deze omstandigheden zag het Grondwettelijk Hof een schending.</p>
<p>In de zaak voor het Hof van Cassatie ging de betwisting over voordelen, verkregen naar aanleiding van een groepsverzekering die als aanvullend pensioen dient. Deze groepsverzekering heeft echter een meer collectief karakter. Door arrest nr. 54/99 van het Grondwettelijk Hof naar analogie toe te passen op deze situatie, hebben de rechters de door het arrest vastgestelde schending uitgebreid tot een vraag die geen identiek onderwerp heeft als degene waarover het Grondwettelijk Hof uitspraak heeft gedaan. Bijgevolg schenden de rechters artikelen 26, §2, 2° en 28 van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof.</p>
<p>Cass. nr. C.09.0635.N van 24 januari 2011.</p>
<p>Bron: Leergang Pensioenrecht 2011-2012, nieuwsbrief nr. 1</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/09/groepsverzekering-en-huwelijksvermogensstelsel/">Groepsverzekering en huwelijksvermogensstelsel</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aanvullend pensioen en huwelijksvermogensrecht</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2011/09/aanvullend-pensioen-en-huwelijksvermogensrecht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 20 Sep 2011 05:50:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=1919</guid>

					<description><![CDATA[<p>De werkgever van een, met gemeenschap van goederen gehuwde, echtgenoot heeft een groepsverzekering afgesloten voor zijn werknemers, die dient als financiering van een aanvullend pensioen. De werkgever neemt de betaling van de premies voor zijn rekening. Artikel 127 en 128 van de Landverzekeringsovereenkomstenwet bepalen dat de aanspraken, ontleend aan de verzekering die een in gemeenschap [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/09/aanvullend-pensioen-en-huwelijksvermogensrecht/">Aanvullend pensioen en huwelijksvermogensrecht</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De werkgever van een, met gemeenschap van goederen gehuwde, echtgenoot heeft een groepsverzekering afgesloten voor zijn werknemers, die dient als financiering van een aanvullend pensioen. De werkgever neemt de betaling van de premies voor zijn rekening.</p>
<p>Artikel 127 en 128 van de Landverzekeringsovereenkomstenwet bepalen dat de aanspraken, ontleend aan de verzekering die een in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoot ten behoeve van de andere of van zichzelf heeft bedongen, een eigen goed is van de begunstigde echtgenoot. Er is geen vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, tenzij de premiebetalingen kennelijk de mogelijkheden van dit vermogen te boven gaan.</p>
<p>Krachtens artikel 127 is het kapitaal van de groepsverzekering bijgevolg eigen. De vraag rijst of dit geen schending inhoudt van artikelen 10 en 11 van de Grondwet.</p>
<p>Doordat de groepsverzekering in een aanvullend inkomen voorziet, gaat het om een spaarverrichting. Zelfs al worden de premies van de groepsverzekering door de werkgever betaald, en niet op het loon ingehouden, zijn ze een voordeel dat de werknemer uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst verkrijgt. De prestaties van een dergelijke verzekering kunnen derhalve als inkomsten uit beroepsbezigheden worden beschouwd, die luidens artikel 1405, 1°, van het Burgerlijk Wetboek gemeenschappelijk zijn. Het Hof is dan ook van mening dat het niet redelijk verantwoord is dat het kapitaal beschouwd zou worden als een eigen goed.</p>
<p>GwH 27 juli 2011, nr. 136/2011.</p>
<p>Bron: Leergang Pensioenrecht 2011-2012, nieuwsbrief nr. 1</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/09/aanvullend-pensioen-en-huwelijksvermogensrecht/">Aanvullend pensioen en huwelijksvermogensrecht</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Echtscheidingen en aanvullende pensioenen: een moeilijk huwelijk</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2011/04/echtscheidingen-en-aanvullende-pensioenen-een-moeilijk-huwelijk/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 05 Apr 2011 14:36:42 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=1747</guid>

					<description><![CDATA[<p>In deze nieuwsbrief wordt een boeiende echtscheidingszaak besproken (Hof van Beroep Brussel, 9 november 2010 – zie nr. 5.1). De feiten zijn zeer eenvoudig. Een koppel huwt in 1989 onder het wettelijk stelsel. In 1999 gaat het koppel uiteen. In 2003 wordt het echtscheidingsvonnis uitgesproken en overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/echtscheidingen-en-aanvullende-pensioenen-een-moeilijk-huwelijk/">Echtscheidingen en aanvullende pensioenen: een moeilijk huwelijk</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In deze nieuwsbrief wordt een boeiende echtscheidingszaak besproken (Hof van Beroep Brussel, 9 november 2010 – zie nr. 5.1). De feiten zijn zeer eenvoudig. Een koppel huwt in 1989 onder het wettelijk stelsel. In 1999 gaat het koppel uiteen. In 2003 wordt het echtscheidingsvonnis uitgesproken en overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De man had tijdens het huwelijk een groepsverzekering via zijn werkgever. De vrouw vraagt logischerwijze dat er een verrekening komt van de reserve. Volgens de algemene regels van het wettelijk stelsel gaat het immers om gemeenschappelijke gelden. Er wordt in 2003 beroep aangetekend tegen het echtscheidingsvonnis. De zaak komt in tweede aanleg voor bij het Hof van Beroep in Brussel in 2010. Er rijzen twee vragen in verband met de verrekening van de groepsverzekering.</p>
<p><span id="more-1747"></span>Ten eerste is er de vraag naar de duurtijd van het huwelijk. Het beginpunt is duidelijk: de datum van het huwelijk. Het eindpunt wordt echter betwist. Geldt namelijk de datum van de overschrijving van het vonnis in de registers van de burgerlijke stand (2003) of geldt de eerste datum van de inleiding van de echtscheidingseis (1999). Zowel de burgerlijke rechtbank als het hof van beroep stellen de datum vast op de inleiding van de echtscheidingseis (1999). De basis daarvoor is artikel 1278 Gerechtelijk Wetboek. Dit stelt dat de uitspraak van de echtscheiding gevolg heeft ten aanzien van de echtgenoten vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is getreden. Ten aanzien van derden heeft het maar gevolgen vanaf de dag van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Voor wat betreft de goederen van de echtgenoten geldt er ten aanzien van de echtgenoten zelf echter een terugwerkende kracht tot op de dag waarop de vordering tot echtscheiding is ingesteld (in casu 1999). Dit laatste ankerpunt wordt nu aangenomen.</p>
<p>De redenering van zowel de rechtbank als het hof zijn in de huidige juridische constellatie terecht. Het juridisch ankerpunt moet de inleiding van de echtscheiding zijn. De verrekening houdt momenteel immers geen afkoop in. Er wordt enkel verrekend alsof er een afkoop zou zijn geweest. De aldus berekende som wordt in het geheel van de boedel opgenomen. Het aanvullend pensioengeld is in de verrekening zo dus uitwisselbaar met bijvoorbeeld het huis, de auto of het kastje van grootmoeder. Of dit echter een wenselijke manier van handelen is, is een heel andere discussie.</p>
<p>Een tweede discussiepunt handelt over de fiscale verrekening van de groepsverzekering. Aan welk tarief moet de belasting op de uitkering in rekening worden gebracht voor de verrekening? Er is immers een verschil tussen het ogenblik van de verrekening en de datum van de reële afkoop van het pensioen.</p>
<p>Zowel de burgerlijke rechtbank als het hof van beroep rekenen een uniform belastingstarief aan van 33% op de huidige afkoopwaarde. In casu had de vrouw hier tegen gepleit. Zij meende dat er gekeken moest worden naar de belastingstarieven die golden op het ogenblik van pensionering. Het hof van beroep weerlegt deze redenering en stelt dat er gekeken moet worden naar concrete omstandigheden die gelden op het vastgestelde ogenblik (dus 1999: het moment van de echtscheidingseis). Mogelijke lagere belastingstarieven die gelden bij pensionering worden verworpen. Bovendien, zo stelt het Hof, kan de wetgever de tarieven later nog veranderen of kan de man sterven voor zijn pensionering.</p>
<p>Als men deze redenering van het Hof volgt dan mag men echter wel veronderstellen dat men de juiste fiscale normen gaat toepassen. De (para)fiscaliteit van de aanvullende pensioenuitkering is namelijk zeer fijnmazig. Er gelden verschillende tarieven die onder meer afhankelijk zijn van de afkoop voor of na de pensioenleeftijd, werknemers- of werkgeversbijdragen, premiebetalingen voor of na 1993, niveau van de uitkering, al dan niet beleend zijn, enzoverder. Waar gaat het concreet over? Zowel de rechtbank als het hof van beroep passen een uniform fiscaal tarief van 33% toe op een aanvullend pensioen opgebouwd tussen 1989 en 1999 en waarvan de afkoopwaarde wordt vastgesteld in 2010. Ook al beschikt men niet over het pensioenreglement, dan kan men alleen vaststellen dat het specifieke belastingstarief van 33% alleen maar fout kan zijn. Tenzij de groepsverzekering in casu volledig gefinancierd is via werknemersbijdragen van na 1.1.1993 – iets wat zeer zelden, en in dit geval zeker niet voorkomt – moet men belasten aan het progressieve tarief van de personenbelasting met toepassing van de belastingsvermindering voor pensioenen. Maar zelfs als het volledig gefinancierd zou zijn via werknemersbijdragen dan nog zou het tarief fout zijn. Men mag ook de gemeentelijke opcentiemen niet zomaar buiten beschouwing laten. Daarenboven moet men ook eerst de oefening van de belastbare basis maken, en die hangt af van de RIZIV bijdrage, de solidariteitsbijdrage, en de gebeurlijke onbelaste winstdeelname&#8230; Kwam men misschien tot de 33 % omdat de reële belasting in concreto moeilijk toe te passen zou zijn ? Wie moet de gegevens aanleveren? Een aantal pensioeninstellingen zijn niet in staat oudere reserves van voor de wet Colla mooi uit te spitsen. Omdat ze vroeger dergelijke gegevens niet moesten bijhouden, hebben ze die ook niet. Wie gaat de berekening uitvoeren, zeker in het geval er meerdere pensioeninstellingen betrokken zijn en men het geheel van alle afkoopwaarden moet kennen om de juiste belastingtarieven te kunnen toepassen ? Hoe kan er een controle gebeuren door iemand die geen toegang tot de brongegevens kan hebben ? Wie gaat de kost van de berekening ten laste nemen, want dergelijke vaak moeilijke berekeningen behoren niet tot de standaardtaken van pensioeninstellingen ?</p>
<p>Mijn inziens toont deze zaak duidelijk aan dat het recht in deze materie nog in de kinderschoenen staat en dat er dringend nood is aan een coherent wettelijk kader omtrent het lot van de aanvullende pensioengelden bij een echtscheiding.</p>
<p>Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nieuwsbrief nr. 3</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/echtscheidingen-en-aanvullende-pensioenen-een-moeilijk-huwelijk/">Echtscheidingen en aanvullende pensioenen: een moeilijk huwelijk</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Groepsverzekering en echtscheiding</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2011/04/groepsverzekering-en-echtscheiding/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 05 Apr 2011 14:33:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vakpers]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=1745</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het Hof van Beroep van Brussel oordeelde in een arrest betreffende de groepsverzekering in het kader van de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding dat er geen rekening kan gehouden worden met het fiscale gunsttarief van 10%. Bij de vereffening moet immers rekening gehouden worden met de elementen en omstandigheden geldend op dat ogenblik. Het [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/groepsverzekering-en-echtscheiding/">Groepsverzekering en echtscheiding</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het Hof van Beroep van Brussel oordeelde in een arrest betreffende de groepsverzekering in het kader van de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding dat er geen rekening kan gehouden worden met het fiscale gunsttarief van 10%. Bij de vereffening moet immers rekening gehouden worden met de elementen en omstandigheden geldend op dat ogenblik. Het staat immers niet vast dat de echtgenoot de verzekering slechts optrekt na zijn 65 jaar of deze leeftijd wel haalt. Daarenboven haalt het Hof aan dat de fiscale tarieven in de toekomst gewijzigd kunnen worden door de wetgever.</p>
<p>Verder bevestigde het Hof dat het afkooprecht een eigen goed is, maar de afkoopwaarde gemeenschappelijk. Bijgevolg is er vergoedingsplicht. Het feit dat er niet uitbetaald werd tijdens het huwelijk en de verzekering is afgesloten door de exwerkgever van de echtgenoot, doet hier geen afbreuk aan. Het bedrag van de vergoeding moet gelijk zijn aan de vermogenswaarde die gelijk is aan de huidige afkoopwaarde.</p>
<p>HvB Brussel 9 november 2010, www.juridat.be.</p>
<p>Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nieuwsbrief nr. 3</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/groepsverzekering-en-echtscheiding/">Groepsverzekering en echtscheiding</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gelijke behandeling van feitelijk samenwonenden</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2011/04/gelijke-behandeling-van-feitelijk-samenwonenden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 05 Apr 2011 14:31:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Discriminatie]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=1740</guid>

					<description><![CDATA[<p>Een vrouw woonde in Griekenland reeds sinds 1956 samen met een man, die overleed in 1996. Deze man genoot sinds 1995 een rustpensioen. Ook de vrouw genoot een rustpensioen. Na het overlijden van de man vordert de vrouw de uitbetaling van het weduwenpensioen, stellende dat zij reeds 39 jaar op een huwelijkse wijze samenwoonde met [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/gelijke-behandeling-van-feitelijk-samenwonenden/">Gelijke behandeling van feitelijk samenwonenden</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een vrouw woonde in Griekenland reeds sinds 1956 samen met een man, die overleed in 1996. Deze man genoot sinds 1995 een rustpensioen. Ook de vrouw genoot een rustpensioen. Na het overlijden van de man vordert de vrouw de uitbetaling van het weduwenpensioen, stellende dat zij reeds 39 jaar op een huwelijkse wijze samenwoonde met de overleden man. Dit werd haar geweigerd omdat een weduwenpensioen enkel kan toegekend worden in geval van een huwelijk. De vrouw stelt dat er sprake is van een schending van artikel 14 EVRM juncto artikel 8 EVRM en artikel 1, 1e Aanvullend Protocol.</p>
<p>Het Hof verwijst naar de zaak Burden en stelt dat de juridische gevolgen van een huwelijk of een ‘burgerlijk partnerschap’, waarin 2 personen duidelijk en uitdrukkelijk beslissen om zich te verbinden, deze relatievorm onderscheiden van andere samenlevingsvormen. Op dezelfde manier dat er tussen, enerzijds, een gehuwd koppel of een ‘burgerlijk partnerschap’ en anderzijds een heteroof homoseksueel koppel waarvan de 2 leden ervoor gekozen hebben om samen te leven zonder echtgenoten of ‘burgerlijke partners’ te worden geen analogie kan zijn, maakt de afwezigheid van dergelijke bindende overeenkomst dat de samenwoningsrelatie, ondanks de lange duur, fundamenteel verschillend is van degene die bestaat tussen echtgenoten of burgerlijke partners. (EHRM 28 april 2008, nr. 13378/05, Burden v. The United Kingdom)</p>
<p>Het Hof stelt dat in casu noch de man, noch de vrouw enige stappen ondernomen hebben om hun samenwonen te laten erkennen of een relatie te creëren waaruit juridische gevolgen voortvloeien. De vrouw kan zich bijgevolg niet beroepen op het gewettigd vertrouwen dat zij zou kunnen genieten van een weduwenpensioen in de hoedanigheid van samenwonende. Er is bijgevolg geen schending.</p>
<p>EHRM 10 februari 2011, nr. 9957/08, Dorosidou v. Grece.</p>
<p>Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nieuwsbrief nr. 3</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2011/04/gelijke-behandeling-van-feitelijk-samenwonenden/">Gelijke behandeling van feitelijk samenwonenden</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Overlijdenskapitaal en echtscheiding</title>
		<link>https://www.pensionarchitects.be/2008/09/overlijdenskapitaal-en-echtscheiding/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[ivan]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Sep 2008 14:57:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Begunstigde]]></category>
		<category><![CDATA[Echtscheiding]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.pensionarchitects.be/?p=535</guid>

					<description><![CDATA[<p>Een werknemer geniet een overlijdensdekking in het kader van zijn aanvullend pensioen. Het pensioenreglement bepaalt dat er geen procedure tot echtscheiding hangende mag zijn op de datum van het overlijden, teneinde in aanmerking te kunnen komen als “overlevende echtgenoot”. In deze zaak is de werknemer overleden tijdens een procedure tot echtscheiding. De rechtbank oordeelde dan [&#8230;]</p>
Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2008/09/overlijdenskapitaal-en-echtscheiding/">Overlijdenskapitaal en echtscheiding</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een werknemer geniet een overlijdensdekking in het kader van zijn aanvullend pensioen. Het pensioenreglement bepaalt dat er geen procedure tot echtscheiding hangende mag zijn op de datum van het overlijden, teneinde in aanmerking te kunnen komen als “overlevende echtgenoot”.</p>
<p>In deze zaak is de werknemer overleden tijdens een procedure tot echtscheiding. De rechtbank oordeelde dan ook dat de echtgenote geen recht had op het overlijdenskapitaal. Het feit dat de procedure inzake echtscheiding was weggelaten van de algemene rol overeenkomstig het artikel 730, §2 Ger.W. is niet relevant.</p>
<p>Rb. Antwerpen 15 januari 2008, A.R. 2357/06, ongepubl.</p>
<p>Leergang Pensioenrecht 2008-2009, nr. 1</p>Het bericht <a href="https://www.pensionarchitects.be/2008/09/overlijdenskapitaal-en-echtscheiding/">Overlijdenskapitaal en echtscheiding</a> verscheen voor het eerst op <a href="https://www.pensionarchitects.be">Pension Architects</a>.]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
