FSMA onderzoek naar transparantie over kosten en rendementen bij pensioenplannen

Verzekeraars en pensioenfondsen moeten transparanter communiceren over de kosten en rendementen van pensioenplannen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Op basis van haar vaststellingen formuleert de FSMA in een mededeling haar verwachtingen. Ze identificeert ook goede praktijken en stelt modeldocumenten ter beschikking van de sector.

Het onderzoek gaat over de communicatie over de aangerekende kosten en het behaalde rendement bij pensioenplannen (tweede pijler) van het type vaste bijdragen. Bij dit type pensioenplan stort de werkgever periodiek een bepaalde bijdrage voor de opbouw van een aanvullend pensioen, maar garandeert hij niet het bedrag dat de werknemer uiteindelijk als aanvullend pensioen zal ontvangen. Dat bedrag hangt af van de kosten die worden ingehouden en het rendement dat met het beleggen van de bijdragen wordt behaald. De aangesloten werknemer draagt dus zelf in belangrijke mate de gevolgen van al te hoge kosten, een ondermaats rendement of risicovolle beleggingen. Het is dan ook belangrijk dat hij daarover begrijpelijke en volledige informatie krijgt.

De FSMA onderzocht in welke mate een werknemer op basis van de hem verstrekte informatie een correct en begrijpelijk zicht krijgt op alle elementen die rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed hebben op zijn aanvullend pensioen. Zij analyseerde hiertoe het pensioenreglement, het transparantieverslag en de jaarlijkse pensioenfiche van een honderdtal pensioenplannen.

Uit het onderzoek blijkt dat er een noodzaak bestaat aan transparantere communicatie over kosten en rendement.

De FSMA heeft naar aanleiding van haar onderzoek een mededeling gepubliceerd met haar belangrijkste bevindingen en haar verwachtingen ten aanzien van de sector inzake financiële transparantie bij pensioenplannen van het type vaste bijdragen.

De mededeling omvat ook een aantal goede praktijken die de FSMA aanbeveelt. Het gaat om praktijken die werden vastgesteld tijdens het onderzoek. Ze komen de begrijpelijkheid en de transparantie sterk ten goede, maar zijn op grond van de huidige wetgeving niet verplicht. Zo stelde de FSMA vast dat een aantal pensioenfiches concrete informatie over de aangerekende kosten en het behaalde rendement op een heel bevattelijke manier vermeldde, ook al is deze vermelding in de pensioenfiche vooralsnog niet wettelijk verplicht.

De FSMA heeft voorts haar verwachtingen en aanbevelingen vertaald naar enkele concreet uitgewerkte modeldocumenten, die de sector kunnen inspireren.

Uit het onderzoek bleek dat de aangerekende kosten en het behaalde rendement bij een derde van de onderzochte pensioenplannen in geen enkel document werden vermeld. In alle gevallen waar de wettelijke voorschriften niet volledig nageleefd werden, is de FSMA bij de pensioeninstellingen tussengekomen om hieraan te remediëren.

fsma_2017_19_nl

Gestandaardiseerde pensioenfiche

Op grond van de WAP heeft de CBFA de bevoegdheid om een gestandaardiseerde pensioenfiche op te stellen.

In de mededeling CBFA_2010_32 dd. 21 december 2010 zet de CBFA haar verwachtingen omtrent deze gestandaardiseerde presentatiewijze uiteen.

Pensioeninstellingen en inrichters worden door de CBFA aangemoedigd om gebruik te maken van deze uniforme pensioenfiche. De fiche bestaat uit een uniform voorblad en een bijlage die vrij kan worden ingevuld. De modellen voor het uniforme voorblad zijn als bijlage bij de mededeling gevoegd.

Het gebruik van de uniforme pensioenfiche wordt in een eerste fase niet verplicht gesteld. Gelieve wel uw opmerkingen aan de Commissie voor Aanvullende Pensioenen over te maken m.b.t. het niet gebruik van deze standaard.

cbfa_2010_32

Advies nr. 32: Gestandaardiseerde presentatiewijze van de pensioenfiche

De Commissie voor Aanvullende Pensioenen heeft haar advies 32 over een gestandaardiseerde presentatiewijze van de pensioenfiche gepubliceerd.

De WAP verleent aan de CBFA de bevoegdheid om een gestandaardiseerde presentatiewijze te bepalen voor, onder meer, de jaarlijkse pensioenfiche. Binnen het kader van deze bevoegdheid hebben de diensten van de CBFA een ontwerp van uniforme pensioenfiche uitgewerkt. Op vraag van het Directiecomité van de CBFA heeft de Commissie kennis genomen van dit ontwerp en formuleert ze haar bemerkingen.

De Commissie stelt voor om de uniforme pensioenfiche progressief in te voeren en ze na een voldoende tijdsspanne te evalueren alvorens ze te veralgemenen.

advice32

Onderscheid tussen slapers en actieve werknemers: geen recht op informatie

Ingevolge de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst, ontvangt een ex-werknemer vanwege het pensioenfonds de informatie inzake de keuzemogelijkheden m.b.t. zijn verworven reserves alsook de opgave van zijn verworven rechten op de leeftijd van 65 jaar, indien hij ervoor zou opteren om zijn verworven reserves in het pensioenfonds te laten.

De ex-werknemer beslist om zijn reserves in het pensioenfonds te laten en verzoekt tevens informatie te ontvangen betreffende zijn verworven rechten ingeval hij zou beslissen om zijn pensioenrechten op de leeftijd van 60 jaar uit te oefenen. Het pensioenfonds weigert dit te geven.

De arbeidsrechtbank oordeelt dat de ex-werknemer, als slaper, geen recht heeft op informatie over een berekening van vervroegde opname. De bepaling in het pensioenreglement die dit voorziet is enkel van toepassing op de actieve werknemers. Dit onderscheid tussen slapers en actieven is volgens de rechtbank niet discriminatoir.

Hen criterium is objectief: de actieve aangeslotene werkt voor zijn werkgever, terwijl de slapende aangeslotene niet langer werkt voor de voormalige werkgever. Het verschil in behandeling is gerechtvaardigd op redelijke gronden. Het verschil draagt onder meer hij tot hen kunnen voeren door de werkgever van een tewerkstelling- en personeelsbeleid door hem toe te laten te beschikken over bepaalde instrumenten om de loyaliteit en het goede werk van zijn werknemers te belonen erom hen een aanmoediging te geven om zolang mogelijk in zijn dienst te blijven. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de filosofie van de Wet de toekenning betreft van een recht op aanvullend pensioen in ruil voor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Artikel 13 alinea 4 van de Wet, dat voorzien dat men rechten opbouwt zolang men in dienst is, is daarvan het bewijs.

Arbrb. Brussel, 17 oktober 2008, A.R. nrs. 5130/07 en 6632/07, ongepubl.

Bron: Leergang Pensioenrecht 2008-2009, nr. 4

Circulaire 2008_25 van de CBFA

Artikel 26, §1 van de WAP schrijft voor dat aan de aangeslotenen jaarlijks een pensioenfiche moet worden meegedeeld. Daarop dienen een aantal gegevens te worden vermeld met betrekking tot de individuele pensioenaanspraken van de aangeslotenen, zoals de verworven reserves, de verworven prestaties en de bedragen die overeenstemmen met de minimale rendementswaarborgen, bedoeld in artikel 24.

De wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening heeft deze bepaling gewijzigd en heeft een nieuw op de pensioenfiche te vermelden gegeven aan artikel 26, §1 toegevoegd, met name het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en de waarborg.

Deze circulaire beschrijft wat hieronder dient verstaan te worden.

Circulaire CBFA_2008_25 dd. 10 december 2008

Vaststelling van het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg

Op grond van de WAP dienen de pensioeninstellingen op de jaarlijkse pensioenfiche het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de rendementswaarborg van de WAP te vermelden. Deze circulaire beschrijft de verwachtingen van de CBFA omtrent de toepassing van deze informatieverplichting.

In het geval van een overfunding volstaat het dat de pensioenfiche melding maakt van “volledig gefinancierd”.

Circulaire CBFA_2008_25 dd. 10 december 2008