Algemene administratie van de Fiscaliteit. — Bericht aan de verzekeringsondernemingen, voorzorgsinstellingen en instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. — Belastingstelsel van aanvullende pensioenen – afzonderlijke aanslagvoet van 10 % – begrip “effectief actief” – stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Dit bericht verduidelijkt het begrip “effectief actief” voor werklozen
in een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zoals
opgenomen in de bijlage 4, “Interpretatie van het begrip effectief actief”, van het bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten m.b.t. de fiche 281.11 (inkomstenjaar 2015).

Voormeld bericht kan u raadplegen op de website www.financien.belgium.be via de volgende linken: Experten & Partners > Sociale secretariaten en schuldenaars van inkomsten > Bericht aan schuldenaars > Pensioenen (fiche 281.11).

De in voormelde bijlage 4 opgenomen limitatieve lijst van periodes
van inactiviteit of van mindere activiteit die met periodes van activiteit kunnen worden gelijkgesteld, werd (en ditmet ingang vanaf 01.01.2015) aangevuld met de volgende periode:
“voor de periode tijdens dewelke betrokkenen werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag genieten voor zover zij aangepast beschikbaar zijn als bedoeld in artikel 56, § 3 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende werkloosheidsreglementering. Aangepaste beschikbaarheid houdt
onder meer in dat men ingeschreven blijft als werkzoekende en meewerkt aan een aangepaste begeleiding. Deze aangepaste begeleiding gebeurt door middel van een individueel actieplan.”

Vanaf 01.01.2015 wordt dus de periode waarin een werkloze in SWT
aangepast beschikbaar is gebleven (in de zin van artikel 56, § 3 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende werkloosheidsreglementering), gelijkgesteld met een periode waarin hij effectief actief is gebleven. Wanneer hij evenwel in die periode niet aangepast beschikbaar is gebleven, wordt die periode niet gelijkgesteld met een periode waarin hij effectief actief is gebleven.
Wat die aangepaste beschikbaarheid betreft, moet een onderscheid
worden gemaakt tussen de bestaande en de nieuwe werklozen in SWT.

Nieuwe werklozen in SWT
Vanaf 01.01.2015 zijn de zogenaamde ²nieuwe werklozen in SWT² in principe onderworpen aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt tot de maand waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken. Evenwel is het mogelijk om een vrijstelling aan te vragen van deze verplichting van aangepaste beschikbaarheid, mits bepaalde voorwaarden met betrekking tot de leeftijd of de beroepsloopbaan zijn vervuld.

De periode waarin een werkloze in SWT aangepast beschikbaar is
gebleven, wordt gelijkgesteld met een periode waarin hij effectief actief is gebleven. Wanneer echter de werkloze in SWT een vrijstelling van aangepaste beschikbaarheid heeft gevraagd en verkregen, wordt hij niet beschouwd als effectief actief.

Bestaande werklozen in SWT
De zogenaamde “bestaande werklozen in SWT” zijn vrijgesteld van
de verplichtingen verbonden aan de beschikbaarheid voor de
arbeidsmarkt. Aangezien deze werklozen in SWT niet aangepast
beschikbaar zijn, zijn zij ook niet effectief actief.

Afzonderlijke aanslagvoet
Wie effectief actief is gebleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd
kan aanspraak maken op de gunstige afzonderlijke aanslagvoet van
10 % als bedoeld in artikel 171, 2°, b, tweede streepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Wie daarentegen niet effectief actief is gebleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd heeft geen recht op voormelde afzonderlijke aanslagvoet van 10 %.

effectief-actief_mededeling-fiscus_bs-2016-07-11

Maximale referentierentevoet tak 21 daalt naar 2%

In het BS van 3 februari 2016 is een Ministerieel besluit verschenen van 20 januari.

Voor aanvullende pensioenen die via een groepsverzekering worden afgesloten met gegarandeerd rendement (de zogenaamde tak 21) mag de verzekeraar niet langer een rentevoet garanderen die hoger is dan 2%.

Tot op heden was de maximale referentierentevoet 3,75%, maar die werd al enige tijd niet meer toegepast voor nieuwe contracten in het licht van de lage rentemarkt.

Aangezien dit Ministerieel besluit in werking treedt 10 dagen na publicatie, zal dit vanaf volgende week een belangrijke impact kunnen hebben op bestaande contracten.

20160203_maximale_referentierentevoet

Minimum WAP rendementsgarantie

Op 24 december 2015 werd de wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen, zoals gestemd op 18 december in de Kamer, gepubliceerd.

De wet is de ultieme uitvoering van het akkoord dat de sociale partners op 16 oktober 2015 sloten en dat het minimumrendement uit de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) hervormt en de keuzemogelijkheid van een minimale overlijdensdekking voor slapers voorziet. Tevens wordt het aanvullend karakter van de 2de pijler versterkt door de uitbetaling van het aanvullend pensioen af te stemmen op het wettelijk pensioen en de zogenaamde vervroegingsmechanismen af te schaffen.

De inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving is voorzien op 1 januari 2016.

20151208_wetsontwerp

20151211_amendementen

20151217_Aangenomentekst

20151217_verlsag

20151224_Staatsblad

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen

Op 22 april 2014 heeft de Kamer het wetsontwerp houdende diverse bepalingen aangenomen in plenaire vergadering. De tekst is overgezonden aan de senaat en staat op de agenda van 24 april 2014. Het wetsontwerp behandelt zes titels:

  1. Verjaring
  2. Informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over de gegevens betreffende aanvullende pensioenen
  3. Aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders
  4. Uittreding
  5. Pensioenleeftijd
  6. Andere wijzigingsbepalingen

De titel “Verjaring” beoogt een uniforme regelgeving in te voeren m.b.t. de verjaring van de vordering die een werknemer/zelfstandige, een aangeslotene of een begunstigde op het vlak van aanvullende pensioenen kan indienen tegen een werkgever, inrichter of pensioeninstelling. De tweede titel “Informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende de aanvullende pensioenen” heeft als doelstelling de wijze te regelen waarop de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen ten latste vanaf 31 december 2016 toegankelijk zal zijn voor werknemers, zelfstandigen of ambtenaren die een aanvullend pensioen aan het opbouwen zijn of opgebouwd hebben. Titel drie “Aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders” beoogt een regelgevend kader te creëren op sociaal vlak voor de aanvullende pensioenen die bedrijven toekennen aan hun zelfstandige bedrijfsleiders. De titel “Uittreding” beoogt een hervorming van het begrip uittreding in de wet op de aanvullende pensioenen voor werknemers. De vijfde titel “Pensioenleeftijd” beoogt het begrip pensioenleeftijd in de WAP in te voeren. Elk pensioenreglement zal een pensioenleeftijd moeten voorzien. Het gaat om een zuiver technisch begrip dat nodig is om in pensioenplannen de nodige actuariële berekeningen te kunnen doorvoeren. De laatste titel “Andere wijzigingsbepalingen” beoogt een beperkt aantal technische wijzigingen aan de wet op aanvullende pensioenen voor werknemers en de wet op de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen.

Aangenomen tekst: 53K3500005

Parlementair document in Kamer

Wetsontwerp betreffende diverse aangelegenheden inzake de pensioenen van de overheidssector.

SAMENVATTING
Wijzigingen in de regelgeving betreffende het admi-
nistratief of geldelijk statuut van de ambtenaren nopen in
tal gevallen tot een aanpassing van de wetgeving inzake
de ambtenarenpensioenen. Het merendeel van de be-
palingen van dit voorontwerp betreft dergelijke aanpas-
singen. Andere bepalingen van het ontwerp strekken
ertoe bestaande ongelijkheden of discriminaties weg
te werken — waarvoor de Belgische Staat in sommige
gevallen reeds een veroordeling heeft opgelopen — of
de toekenning van dubbele pensioenvoordelen uit te
sluiten. Nog andere bepalingen omvatten maatregelen
die kaderen in een administratieve vereenvoudiging.
Tot slot worden met het ontwerp enkele inhoudelijke
en formele verbeteringen aangebracht in de bestaande
pensioenwetgeving

Voorontwerp van Wet aanvullende pensioenen

De ministerraad keurt, op voorstel van minister van Pensioenen Alexander De Croo, een voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen goed. Het voorontwerp beantwoordt aan de volgende doelstellingen:

  • Betere informatie. Het voorontwerp regelt de manier waarop de databank aanvullende pensioenen in 2016 toegankelijk zal zijn voor de loontrekkenden, de zelfstandigen of de ambtenaren. Elke burger zal op elk ogenblik op de website My Pension een overzicht krijgen van alle opgebouwde pensioenrechten, zowel voor het wettelijk pensioen als het aanvullend pensioen.  Ook burgers met een gemengde loopbaan zullen een volledig zicht krijgen op hun pensioenrechten.  Ook de informatie zelf zal veel helderder worden en drastische vereenvoudigd worden. De pensioeninstellingen zullen komaf maken met complexe en technische loopbaanoverzichten en pensioenfiches. Ze zullen aan iedereen begrijpelijke overzichten en visueel eenvoudige informatie bezorgen.
  • Vereenvoudiging. Het voert een eenvormige verjaringstermijn van 5 jaar in voor de verjaring van de rechtsvordering die een werknemer, een aangeslotene of een rechthebbende in verband met aanvullende pensioenen kan instellen tegen werkgevers, inrichters of pensioeninstellingen. Vandaag bestaan er zes verschillende verjaringstermijnen met verschillende startdata. Deze combinatie van een groot aantal verschillende termijnen die op verschillende ogenblikken kunnen beginnen lopen zorgt voor grote onduidelijkheid bij alle in geschillen betrokken partijen. De harmonisering van de verjaringstermijnen beoogt een drastische vereenvoudiging ten voordele van alle rechtsonderhorigen.
  • Aandacht voor zelfstandige bedrijfsleiders. Het voorontwerp schept een minimum sociaal wettelijk kader voor de aanvullende pensioenen die de ondernemingen toekennen aan hun zelfstandige bedrijfsleiders. Dit laat toe om dezelfde service die aan werknemers, ambtenaren en zelfstandigen wordt aangeboden, ook aan te bieden aan zelfstandige bedrijfsleiders van vennootschappen. Ook zij hebben recht op heldere en volledige informatie over hun toekomstig pensioen.
  • Continuïteit. Het hervormt het begrip uittreding in de wet op de aanvullende pensioenen van de loontrekkenden, dat als referentie dient om de rechten van de aangeslotene en de plichten van de inrichter te bepalen. Het voorontwerp is de juridische vertaling van een unaniem advies van de Commissie voor de aanvullende pensioenen uit 2011, waarin zowel werknemers, werkgevers, gepensioneerden als de pensioeninstellingen zijn vertegenwoordigd. Bedoeling is voor meer continuïteit in de opbouw van het aanvullend pensioen te zorgen voor werknemers die binnen dezelfde groep van ondernemingen van werkgever veranderen.

Het voorontwerp is voor advies overgemaakt aan de Raad van State.